Mot en de metaalvissers

Mot en de metaalvissers – recensie

Sanne Rooseboom (eerste druk 2022)

Mot en de metaalvissers draait om een elfjarig meisje dat zichzelf Mot noemt. Haar echte naam, Vlinder, klinkt haar veel te vrolijk en fragiel in de oren. Mot is sinds kort gek op metaalvissen: met een grote magneet op zoek in het kanaal naar oud ijzer. Haar moeder gruwelt ervan: die vindt roest vooral vies en metaalvissen maar een slonzige bezigheid. Maar dan haalt Mot iets onverwachts boven water: een onderzeeboot. En niet zomaar eentje, want hij werkt nog. Alleen als zíj achter het stuur zit, trouwens. Durft Mot het aan om ermee te gaan varen? En wat heeft deze mysterieuze duikboot te maken met de schatrijke, dominante Arkon Bolwerd, die denkt dat werkelijk alles te koop is?

Mot en de metaalvissers is een mooi en avontuurlijk verhaal dat je moeiteloos meesleept: van het stadsleven boven water, tot de geheimen die diep onder het oppervlak schuilgaan.

Mot leeft in een wereld die net wat anders is dan de onze: wat rauwer. Het is daar ook niet ongewoon dat mensen in een duikboot wonen en ermee rondvaren. Maar de emoties en relaties tussen mensen zijn herkenbaar beschreven en zouden uit onze wereld kunnen komen.

Wat maakte dit boek voor mij zo bijzonder? En wat leerde ik ervan om beter te schrijven?

Zelf probeer ik ook wel eens een kinderverhaal te schrijven en dan merk ik dat ik vaak kies voor tempo, actie en rechttoe-rechtaan. Maar juist in een rustiger verteld verhaal kun je als schrijver meer lagen aanbrengen en mooiere, gelaagde personages neerzetten. Dat is precies wat Sanne Rooseboom hier knap heeft gedaan. Het verhaal is vrij lang, maar nergens saai: je voelt nooit de drang om stukken over te slaan. Ze neemt de tijd, gebruikt veel woorden, maar weet toch steeds de vaart erin te houden. Een rijk en meeslepend boek!